Toespraak burgemeester Jos Hessels Dodenherdenking

4 mei 2019
Toespraak burgemeester Jos Hessels bij gelegenheid van de 4 mei herdenking 2019. Gemeentehuis Echt, 4 mei 2019

Dames en heren,

In het komende jaar zullen we in heel Limburg herdenken dat we 75 jaar geleden bevrijd zijn van de bezetting door Nazi-Duitsland. Tussen 12 september van dit jaar en 3 maart volgend jaar kan steeds weer een ander Limburgs dorp terugkijken op 75 jaar vrijheid. Maar bij al die vieringen van bevrijding en vrijheid, horen herdenkingen van de offers die zovelen hebben moeten brengen om die hernieuwde vrijheid te bereiken.

We hebben zojuist de 232 namen horen noemen van hen, die hun leven gaven voor onze vrijheid of die zelf juist door toedoen van de vrijheidsstrijd, de herwonnen vrijheid niet meer konden meemaken. 232 namen van vrouwen en mannen, vaders en moeders, opa’s en oma’s, heel vaak kinderen, velen op de vlucht, allemaal zo verlangend naar vrede. Het mocht voor hen niet zo zijn.

Van die 232 mensen, wil ik er twee specifiek noemen. Niet omdat zij zoveel beter waren dan die anderen en ook niet omdat hun overlijden meer leed berokkende dan dat van al die anderen. Hun beider namen – en het verhaal dat we met en in hun naam mogen vertellen – biedt ons de kans om de herdenking van die bevrijding van zo lang geleden levend te houden.

De eerste naam, die ik expliciet wil herhalen, is die van Edith Stein. Of beter gezegd de Heilige Edith Stein. Hier in Echt-Susteren verkeren we in de unieke omstandigheid dat één van de gevallenen uit onze gemeente nadien een boegbeeld is geworden van de verschrikkingen die de holocaust heeft betekend. Zij was een Jodin, die na heel wat omzwervingen als kloosterzuster terecht was gekomen in een Rooms Katholiek klooster, de Karmel hier in Echt.

Zij was een alom geprezen filosofe, die juist veel geschreven had over de verdraagzaamheid tussen geloven en tussen volkeren. Ze was een vredelievende zuster, die afgescheiden van de buitenwereld hier leefde, maar omdat ze ooit als Joods meisje was geboren, werd ze slachtoffer van het nazi-schrikbewind.

Wij eren haar in onze gemeente en in onze regio door de inzet van velen, die pelgrims hier ontvangen en het verhaal van Edith Stein vertellen. Maar ook door jongeren te onderwijzen over de persoon Edith Stein en haar relatie tot de holocaust en met deze jongeren de plek te bezoeken waar ze vermoord werd. Het klooster waar zij haar laatste jaren doorbracht zal binnenkort gerenoveerd worden, waarbij er meer ruimte zal komen om haar daar publiekelijk te herdenken. Het is niet voor niks dat ons nieuwe Cultuurhuis in Echt haar naam draagt. Haar verhaal staat model voor onze herwonnen vrijheid.

De andere naam, die ik uit de lange lijst naar voren wil halen, is Luc Janzen. Evenals de afgelopen acht jaren, dient zijn naam ook nu weer genoemd te worden. Luc overleed niet in de oorlog. Tenminste niet in de oorlog, waarin al die andere genoemden hun leven gaven. Luc sneuvelde op 22 mei 2010 in de Tangivallei in Uruzgan, Afghanistan. Voor hem was het niet voldoende om hier in onze veilige omgeving te genieten van de vrijheid en de veiligheid die die lange strijd om de bevrijding van onze contreien heeft opgeleverd. Hij zag het als een roeping om die veiligheid niet alleen te koesteren, maar zich ook actief in te zetten om te voorkomen dat onze vrijheid en veiligheid opnieuw bedreigd werden. Hij ging daarvoor naar de andere kant van de wereld. En hij kwam niet terug.

Maar zijn nagedachtenis wel. Ook hem zijn we niet vergeten. Een heleboel mensen in deze hal niet, maar ook ons land, in wiens opdracht hij was uitgezonden blijft hem eer bewijzen. Op twee momenten in het afgelopen jaar stond Luc weer op de voorgrond en waren wij als gemeentebestuur droevig en trots tegelijkertijd.

In december 2018 werden de nieuwe leden van het bataljon Limburgse Jagers – waar Luc ook toe behoorde – hier op de Nieuwe Markt beëdigd. En net als drie jaar eerder, begonnen we die ceremonie met een kranslegging bij ons vredesmonument. De commandant van de Limburgse Jagers en ik legden die krans niet willekeurig. We legden hem bij de zuil met de naam van Luc Janzen erop. Een voorbeeld voor al die mannen en vrouwen, die aangetreden stonden op de Markt.

Een tweede moment was zes weken geleden op de jaarlijkse Phaff-dag op de kazerne in Oirschot. Dit is de jaarlijkse reünie van de Limburgse Jagers op hun eigen terrein. Ineens zagen we daar de eregalerij der gevallenen en meteen viel mijn oog op de foto van Luc. In zijn persoon gedenken en beseffen wij dat de strijd om vrijheid en veiligheid nooit ophoudt.

Dames en heren, vanwaar dit verhaal? Uit een recent onderzoek onder Nederlanders komt naar voren dat maar liefst 93% van de Nederlanders waarde hecht aan deze dodenherdenking op 4 mei en dat bijna negen op de tien landgenoten vinden dat deze herdenking ook in de toekomst in ere gehouden moet worden. Maar uit dit onderzoek blijkt ook dat een kwart van de jongeren – en daartoe reken ik dan de mensen onder de 35 jaar oud – aangeeft dat ze niemand specifiek herdenken op 4 mei. Dat percentage zal alleen maar groter worden met het uitsterven van de generatie, die de oorlog zelf nog heeft meegemaakt en het zelfs al kleiner worden van de groep mensen, die de verhalen uit eerste hand gehoord heeft.

We hebben dus iconen nodig, verhalen van mensen, die een rol speelden rondom die herwonnen vrijheid, die los van het specifieke tijdselement nu alweer 75 jaar geleden, blijven aanspreken. Wij hier in Echt-Susteren hebben die iconen in de personen van een Heilige en een korporaal. Het lijkt een wereld van verschil, maar met die twee voorbeelden kunnen we het hele verhaal blijven vertellen. Laten we ons met zijn allen daarvoor blijven inzetten.