Gewijzigde openingstijden in verband met de verkiezingen
Op maandag 15 maart is het gemeentehuis geopend van 09:00-13:00 uur. Op dinsdag 16 maart en woensdag 17 maart is het gemeentehuis gesloten. Telefonisch is het gemeentehuis wel bereikbaar op maandag 15 maart en dinsdag 16 maart van 09:00-17:00 uur. Het stembureau in het gemeentehuis is van maandag 15 maart tot en met woensdag 17 maart geopend van 07:30-21:00 uur. Kijk hier voor meer infomatie over de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart.

Vragen over het coronavirus (COVID-19)
Het coronavirus verspreidt zich razendsnel. Om de zorg toegankelijk te houden, moeten we onze contacten tot een minimum beperken. De lockdown en de avondklok blijven tenminste tot en met 15 maart van kracht. Kijk hier voor de maatregelenHier (onder regionale maatregelen) vindt u het 'Intrekkingsbesluit Noodverordening COVID-19' van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (18 november 2020). Het coronavirus leidt tot veel vragen. Heeft u vragen, of bent u ongerust hierover? Bekijk dan hier de veel gestelde vragen en antwoorden van het RIVM. Staat uw vraag er niet tussen, dan kunt u tussen 8.00 en 20.00 uur bellen met het landelijke informatienummer 0800-1351. U kunt ook de website van de GGD raadplegen. Heeft u andere vragen (ondernemers-, werknemers-, gezondheids- en algemene vragen)? Klik dan hier.

Susteren & Dieteren

Dieteren en Susteren hebben sinds mensenheugenis een gemeente, vroeger ook kerspel genoemd, gevormd. In 1982 gingen beide dorpen samen op in een nieuwe gemeente Susteren met Nieuwstadt en Roosteren. In 2003 ontstond de huidige gemeente. De grootte van het gebied is ruim zeventienhonderd hectare waarvan globaal een derde tot Dieteren gerekend wordt. Het gebied wordt doorsneden van noord naar zuid door een autosnelweg, provinciale weg en de spoorlijn. In oost west richting door de verbindingsweg van de Selfkant met Maaseik. Tevens zien we in het zuidelijke deel drie beken het landschap doorsnijden: de Rode Beek, Geleenbeek en de Vloedgraaf. Zij vloeien tussen Baakhoven en Oud-Roosteren in een bedding

Dieteren van boven

Dieteren

Dieteren is het kleinste kerkdorp binnen de huidige gemeente. Het heeft ruim achthonderd inwoners. Het dorp ligt aan de kortste verbindingsweg tussen het Belgische Maaseik en de Duitse Selfkant. De samenhorigheid van de gemeenschap wordt het beste geïllustreerd door verenigingen als schutterij St. Stephanus en de fanfare Eendracht. En natuurlijk ook met de carnavalsvereniging ‘De Lollige Buk’.
Een belangrijke bezienswaardigheid is de Koppelberg, een motte of verdedigingsheuvel uit de volle middeleeuwen. Deze ligt in een boomgaard. Een veel voorkomend element in het Dieterense landschap is de boomgaard. Rond 1800 waren er meer boomgaarden dan huizen. Aan de noordoost zijde van het dorp ligt een waterpoel bij het Tater- of Dieterbos, welke als visvijver in gebruik is.
Het dorpje wordt op de belangrijke kruispunten, zoals de natuurlijke driehoekje en pleintjes, getooid met wegkruisen, een kapel en een Heilig Hart beeld, overblijfselen van het rijke Roomse leven. Op het oude kerkhof vindt men nog enige overblijfselen van de oudste parochiekerk.

Aan de overkant van de verbindingsweg ligt min of meer afgescheiden van het dorp aan de Rode Beek nog de gebouwen van de oude watermolen van Dieteren. Tegenover deze molen staat een veldkruis waaraan verbonden de legende van het gevonden Mariabeeld na een overstroming.
De voorzieningen in Dieteren zijn in de laatste decennia sterk verminderd, maar de gemeenschap is voldoende veerkrachtig om haar karakter te behouden. De oudere woningen tonen nog een overduidelijk karakter van de oude samenleving waarin de landbouw overheerste.


Susteren

Susteren heeft een bevolking van bijna 7.500 inwoners. Het dorp telt twee kerken met elk een parochie: Susteren en Mariaveld. Tot deze laatste behoort ook de Heide, dat door een lange tunnel onder de spoorlijn en het terrein van het voormalige spoorwegemplacement, verbonden is met het overige van de woonkern. Tussen deze twee delen van de woonkern is een grote groene long gepland. Naast het landschappelijk schoon van de landbouwgronden wordt de kern in zuidelijke en oostelijke richtingen omgeven door bos- en natuurgebieden: Keurbos (Körbes), 't Hout en IJzerenbos. Doordat het landschappelijk in meerdere zin een overgangsgebied is, komt er een gevarieerde flora en fauna voor.

Het is een forensisch dorp met aan de randen enige werkgelegenheid. De woningbouw is voor een groot deel van na de laatste wereldoorlog: Molenveld, Mehre, Heulst, Wolfskoul, Middelveld en Munsterveld. Met name Susteren met de Feurthstraat en ook de wijk Mariaveld rondom de Mariakerk kennen oudere woningen. Met name de bewoning rond het marktplein uit de elfde eeuw, met zijn nog ovale vorm, wordt door een bezienswaardige woningbouw omgeven. Bijzonder is de vroeg romaanse Amelbergabasiliek, die in dezelfde tijd als de markt Susterens landschap verrijkte. Bijzonder is ook het pand naast het kerkhof, met nog sporen van de voormalige middeleeuwse parochiekerk en het molenhuis aan de Molenlaan, dat voorafgegaan is door een watermolen uit de elfde/twaalfde eeuw. Aan de Rode Beek lag nog de Volmolen en aan de Geleenbeek de Katsbekkermolen en de Poolmolen.

In het dorp zijn verscheidene initiatieven ontstaan die de woonomgeving willen opsieren met kunst en aanverwanten. Met name in de oude gebieden van Susteren vinden we hiervan een hoge concentratie. Achter de basiliek en bijbehorend kerkhof ligt op de gronden van de voormalige omlopende wal een beeldentuin met een twaalftal uitingen van moderne kunst. Ook tot het straatmeubilair behoren objecten die tot de verbeelding spreken, zoals kunst van plaatselijke kunstenaars: de graasboer, Lenard van de Sjmeed, pastoor Tijssen, de preekstoel en de non. Maar ook ander werk als gildeman, straatpomp, vrede, Feurtherpoort enz. De belangstelling komt ook tot uiting in een jaarlijkse kunstmarkt en een kunstroute.
Religieus en cultureel hoogtepunt kent het dorp met de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart, waarbij naast kerkelijke vieringen de opvoeringen een openluchtspel met ongeveer honderdvijftig lokale spelers een hoogtepunt vormt. Publiekstrekker is echter de deels religieuze en deels historische stoet die door de oude straten van Susteren trekt.
De laatste twijg aan de boom van natuur en cultuur is de wandelroute welke als uitersten heeft “Der Westlichster Punkt Deutschlands” en de Amelbergabasiliek via Station en Hout.


Geschiedenis

Menselijke activiteiten en bewoning in prehistorische tijden zijn aangetoond. Een grafveld uit de Romeinse periode maakt bewoning duidelijk. Na de Romeinen verdwijnt de bevolking vrijwel volledig. In de zesde en zevende eeuw is een bevolkingstoename. Langs de verbindingsweg aan de oostzijde van de Maas ontstond een landbouwnederzetting. Eind zevende eeuw was Susteren gekerstend en kreeg een eerste kerk en klooster.
De legende verhaalt dat de nonnen van het Willibrordklooster elkaar groetten met “zuster” vandaar de naam Susteren. In 714 is sprake van een herbouw van een kloostercomplex door Pepijn van Herstal, welke dit aan Willibrord schenkt. Er breekt dan een periode aan dat hier vele heiligen leefden. Koning Zwentibold van Lotharingen is volgens overlevering in de kerk begraven.

In de elfde eeuw breekt een tweede periode aan waarin de bevolking zeer sterk toeneemt. Grote gebieden worden ontgonnen. Grote ontwateringskanalen, de Vloedgraaf en Middelsgraaf, werden gegraven. In verband hiermee verrees een opgeworpen heuvel, de Koppelberg. Vanuit deze versterkte plaats werd het gebied rond het latere Dieteren ontgonnen. De plaats ontwikkelde zich tot een motte. In dit gebied vormde zich een nieuwe woonkern: Dieteren.
Dieteren bleek niet in staat zelfstandig verder te gaan en het werd met Susteren samengevoegd. Hierdoor ontstond een tweeherigheid. In de dertiende eeuw blijkt dat de heren van Valkenburg en de heren van Dieteren rechten in Susteren en Dieteren uitoefenen.

In 1260 blijkt dat Susterens schepenen het rechtsgebied stadsrecht toekennen en de heren gaan hiermee akkoord. In 1276 wordt Susteren stad genoemd en tussen Gelder en Valkenburg  hun rechten geregeld: Valkenburg behoudt Susteren en Dieteren en Gelder krijgt een eigendom met de heerlijkheid Dieteren. Het rechtsgebied omvat de stad Susteren, Dieteren, Feurth, Heide, Baakhoven en Gebroek. Het had een schepenbank en een raad. Aanvankelijk zaten dezelfde personen in beide organen.

Voor bescherming kende men de stadsschutterij Sebastianus en de jonggezellenschutterij Petrus en Paulus. Ook kende Susteren twee gilden, de broederschap St. Nicolaas en de broederschap St. Anna.
Rond 1400 werd Susteren Guliks. De stad kende drie, later twee stadspoorten, een wal tussen twee grachten, stadhuis op de markt, gasthuis, stadsmolen, parochiekerk en de abdij of stift.
Na een Franse bezetting werd Susteren in 1814 Nederlands, wat het op twee korte onderbrekingen na zou blijven. Tussen 1830 en 1839 is Susteren bij België aangesloten en tussen 1940 en 1945 bezet door Duitse troepen.