Roosteren

Het grondgebied van de oude gemeente Roosteren is ongeveer 750 hectaren. Het grootste dorp is Roosteren met eromheen de woonkernen Oud-Roosteren, Oevereind, Kokkelert, Visserweert en Illikhoven. De westgrens, tevens landsgrens, wordt gevormd door de rivier de Maas. Het dorp Roosteren wordt door de Rug beschermd en gescheiden van de Maas. De Rug is nu een belangrijk waterwin- en natuurgebied.

Roosteren - Oud gemeentehuis

Openluchtmuseum

Roosteren wordt wel een klein openluchtmuseum van Midden-Limburgse Maasdalhoeven genoemd. Ze worden gekenmerkt door hun strenge eenvoud, maar tevens deftige voornaamheid. Bijzondere gebouwen naast de Maasdalhoeven zijn Huize Eijckholt, een kasteelachtig gebouwtje en kasteel Ter Borgh. De huidige negentiende eeuwse parochiekerk is voorafgegaan door een romaanse kerk in Oud-Roosteren.


Verdeeld

Langs de Maas liggen twee woonkernen Kokkelert en Visserweert. Bij de hoeve Kokkelert heeft men na de laatste oorlog een kapelletje gebouwd. Visserweert is een klein dorpje met compacte bebouwing aan de Maas. Hier was de visserij op de Maas in vroeger eeuwen geconcentreerd.
Bij de brug over de Maas ligt de Schansberg met enige behuizingen. Dit is een overblijfsel van de versterkingen van de stad Maaseik aan de overkant van de Maas.
Aan de oostzijde zie we de beek die ontstaan is uit een samenvloeiing van de drie Susterense beken. Het landschap wordt ook doorsneden door het Julianakanaal. Hierdoor werden grote gebieden van Roosteren, Susteren en Dieteren gevrijwaard van de regelmatige overstromingen van de Maas. Het kanaal scheidt ook Oud-Roosteren met Roosteren.


Geschiedenis

De oude kern is Oud-Roosteren. Dit dorpje ligt langs de Rode Beek, de Suestra. Het is een lintdorp en lijkt hiermee op een vroegmiddeleeuws landbouwnederzetting. Hier lag ook de oudste kerk met de oudste vermelding in 1201. De naam koppelt men aan schrijfwijzen als Rufsusteren en Rosusteren. Een rode aan de Suestra of de Rug (veldnaam) aan de Suestra.
Oude nederzettingen in Roosteren zien we langs een noord-zuid verbindingsweg. De Pas en Schettereind vinden we op oude kaarten terug. Een naam in de vijftiende eeuw voor deze bewoning is Tulde of Tolde, hetgeen een verbastering lijkt van een nog oudere benaming: ’t Elden of Elen.

Rond 1275 blijkt Roosteren Gelders bezit. In 1243 had graaf Otto Rufsusteren gekocht. Roosteren was een kerspel en zal een eigen schepenbank hebben gehad. Een reorganisatie zorgde voor een samengaan met Echt en Maasbracht. Roosteren had zijn eigen vertegenwoordiger in de schepenbank. Eind vijftiende eeuw heeft de hof Terborgh rechten op de Echterbos. De oorspronkelijk hoeve werd in de tachtigjarige oorlog verwoest.
De oudste vermelding van de hof te Elden is uit 1326. Rond 1500 hield Hendrik van Kessel deze hof en het Dieterense leen “tot Gheijnen Pas”. Huize Eijckholt is uit dit leen ontstaan. In de negentiende eeuw ligt het zwaartepunt in het huidige Roosteren. Visserweert is eeuwenlang een heerlijkheid geweest. Men meent wel dat Visserweert en Illikhoven rond 700 in het bezit waren van de vader van de H. Gregorius van Susteren, bisschop van Utrecht.